Historie

HET FRIESE PAARD: VERLEDEN, HEDEN EN TOEKOMST

Doede Wiersma, Leeuwarden.

Het Friese Paard geniet thans wereldwijd een grote populariteit.
Daaraan debet is de totale uitstraling van de zwarte parel. Fraai zijn het rijke front met de sierlijke manen en de lange ,volle staart. Bovendien is het paard intelligent en heeft het een leergierig en betrouwbaar karakter. De huidige rooskleurige situatie van de fokkerij is te danken aan drie belangrijke momenten in het verleden, namelijk:

  • De oprichting van het stamboek in 1879.
  • De stoeterij van “De Oorsprong” van Jhr. van Eysinga, in 1880 gesticht.
  • De oprichting van “Het Friesche Paard” in 1913

Stamboek
Het Stamboek speelde een onmisbare rol in de registratie van de paarden, een voorwaarde voor het raszuiver fokken. Vanaf het begin had het stamboek een inspecteur die een belangrijke taak had bij het bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de paarden.
Er was vanaf het begin een registratie van Friese paarden in boek A. Andere rassen kwamen in Boek B; vanaf 1915 met de benaming “bovenlands”. In 1943 kregen de twee fokrichtingen ieder een eigen stamboek. Hoe moeizaam het begin was blijkt als we letten op het aantal nakomelingen van de eerste honderd hengsten. Maar zes van de honderd hebben meer dan tien ingeschreven dochters. Van de overige 94 hebben 39 geen ; 24 maar 1; 18 tussen de 2 en 5 en 13 hengsten: 5- 10 dochters. Belangrijker zijn Graaf Adolf 21 met 27 ; De Regent 32 met 33. Beide komen voor in de stamboom van Alva. Alva draagt het beste bloed uit de tijd voor hem in zich. . Uit zijn dochters komen oa. Ynte 130, Danilo 137 en Obscurant 150. Aangezien Ritske tweemaal Yntebloed heeft en meerdere stempelhengsten Ynte invloed hebben, is Ynte de overbrugging tussen 1920 en 1970.

Het is te verdedigen om Alva en zijn dochter Rienkje als de oer vader en oermoeder van alle huidige Friese paarden te zien.


Rienkje, model!; (1914) dochter van Alva is als Moeder van YNTE 130 van grote betekenis.


Alva 113 (1899) legt het fundament

De oorsprong
Een jaar na de oprichting van het Stamboek stichtte Jhr. van Eysinga op de Oorsprong te ST. Nicolaasga zijn stoeterij , die bleef tot 1930. Hij had o.a. 48 Friese merries die in het Stamboek waren geregistreerd. Ook staan er hengsten ter dekking. Een van die hengsten ALVA 113 heeft in de fokkerij een hoofdrol vervuld. RITSKE, de hengst van de vorige eeuw, heeft zesmaal Alva op zijn stamboom. Zijn positieve invloed op het ras is allesoverheersend.

De vader De Regent 32 (1983) en moeder Jeanne 4 (stam1;1899) waren “De Oorsprong” paarden. De stoeterij was van wezenlijk belang in het begin.

Het Friese Paard
Als het stamboek van 1907 tot 1915 stopt met afzonderlijke registratie organiseren echte liefhebbers zich in de pressure groep Het Friesche Paard (1913- 1951). Hun gewonnen pleidooi voor aparte registratie, was de redding van het raszuiver fokken van Friese paarden. Ook met het stimuleren van de opfok van zuiver Friese hengsten heeft Het Friesche Paard de fokkerij een grote dienst bewezen.

Vanaf 1950 zijn vier Friese Fokverenigingen, later gevolgd door meerdere buiten Friesland, een grote steun voor het Stamboek in de organisatie van de selectie.

Op een haar na gered
Tweemaal dreigde de ondergang van het ras. Wij markeren het met zo rond 1920 en 1970. In de jaren voor 1920 viel de luxe markt van koetspaarden voor de elite weg. In de jaren voor 1970 maakte mechanisatie in de landbouw een einde aan het paard als trekkracht op de boerderij. Met diep respect denken we aan de moedige initiatieven die Stamboek en fokkers beide keren genomen hebben om het ras te redden.

Als de luxe markt wegvalt in de jaren voor 1920 kiest het Stamboek voor het fokken van zwaardere landbouwpaarden. En dat terwijl de concurrentie met Groninger en Oldenburger paarden moordend is. Het Friese paard verandert sterk van type: het krijgt meer massa, de hoogtemaat daalt, het voorbeen wordt korter, en de halzen zwaar.

Als de mechanisatie het paard overbodig maakt op de boerderij kiest het Stamboek voor de fokrichting modern sport- en recreatiepaard Maar modern is in feite terug naar het type van voor 1920! Zie daarvoor het hengstenboek de foto’s van Ynte 130, Aize 170 en bijvoorbeeld Norbert. Aize is het type 1920- 1970. Ynte het gewenste type voor 1920 en Norbert het huidige. ( In de film 72 Friese hengsten is deze fokkerij- geschiedenis fraai in beeld gebracht).


Toekomst
De omvorming gaat langzaam. Andere rassen gebruikten de volbloed voor de omvorming. De fokkers van Friese paarden willen in overgrote meerderheid geen inbreng van vreemd bloed. Daardoor is er steeds weer een terugval naar eigenschappen uit de tijd 1920- 1970.
De erfelijke aanleg is nog niet verankerd in de genen. Maar dat veel Friezen nu op een hoog niveau in de sport presteren laat zien wat selectie vermag. Belangrijke middelen daarbij bleken het onderzoek op verrichtingen van hengsten vanaf 1980 en de aanlegtesten van twintig 3 en 4 jarige nakomelingen van de hengsten.

We hopen zeer dat het , vanaf 1954, Koninklijke Fries Paarden Stamboek blijvend de uitdagingen zal pareren. En vooral dat het fokbeleid gestalte krijgt in open dialoog met de fokkers om zo steun te creëren voor een fokdoel en fokbeleid dat toekomstbestendig zal blijken te zijn.


DE INVLOED VAN TJIMME 275 BIJ HENGSTEN.
D.G.Wiersma Leeuwarden.

De grootste voldoening beleeft een opfokker van hengsten als ze een schakel worden in een hengstenlijn. Immers verreweg de meeste hengsten krijgen geen zonen of hengsten uit hun dochters. Het geeft mij veel voldoening dat hengsten, die ik van veulen tot drie/vier jaar in opfok had, een schakel vormen in een hengstenlijn. Het geldt voor Barteld, Tamme, Tjimme en Jillis, terwijl Walter de grootmoeder van Jisse leverde.

Tjimme was niet een extra opvallende hengst, toch stroomt zijn bloed in negentien hengsten. Dat resultaat frappeerde mij. Heel opvallend is zijn invloed in negen hengsten van de Wessellijn.Tjimme is daarin vergelijkbaar met de hengst Auke 171, die evenmin moeders mooiste was, maar wel een serie indrukwekkende fokmerries naliet.

In schema laat ik de invloed van Tjimme zien.

Tjimme
Dochters van Tjimme nafok
Teade Sipke
IDUNA, ster pref ANTON Tonjes
Klaske eva Epke
MARRICHJE, ster Annerichje WIKKE Aarnold
WELMOED, ster pref TJALF
RUURDTJE, ster pref Adellyke, ster WIMER
ORINDA, ster pref Zorinda, ster FELLE Wolfert/Alwin
JOVANKA, ster pref Meta, ster BREND
ULKE OLGERT FONGER
Bouwina, ster pref SIPKE (2x Tjimme)
Grevinnne fLP, ster TJALBERT
Wendy ftP, ster pref MAURITS
Tjallina W, model TONJES (2x Tjimme)

Wessellijn
In de Wessellijn hebben de meeste jonge hengsten Tjimme bloed. Het zijn: Wikke, Anton, Teade, Tonjes, Aarnold, Felle, Wolfert, Alwin en Sipke. Daarbij moet men zich realiseren dat hengsten een zwaar selectie traject achter de rug hebben. In die selectie bleven dus hengsten met Tjimme bloed staande; vele anderen niet. Volgens mij is daar maar één verklaring voor en dat is de bespierde en stabiele knie die Tjimme vererfde. Een zwak bespierde knie is in de Wessellijn de reden dat veel hengsten afvallen in de selectie. Blijkbaar kon Tjimmebloed daarin relatief goed compenseren. Hijzelf, zoon Ulke en zijn dochters toonden in beweging veel balans en stuwing vanuit een stabiel kniegebied. In Tjimmes moederlijn staan op rij drie preferente merries die in tuig “van nature” opvallend goed presteerden.